Meike Bergwerff

View Original

Hanneke Kip onderzoekt de toekomst van forensische zorg

Hanneke Kip doet sinds juli 2016 promotieonderzoek bij Transfore en Universiteit Twente, naar de mogelijkheden van virtual reality (VR) in de forensische ggz. Ze werkt aan meerdere deelprojecten, rondom dit thema en het bijhorende ontwikkelproces. Daarnaast onderzoekt Kip de implementatie van Minddistrict in de forensische zorg. Ook GGZ Noord-Holland-Noord en GGzE zijn bij haar onderzoek betrokken “Er kan snel een mismatch zijn tussen de mogelijkheden van de technologie en de behoefte van de behandelaar en cliënt.”

“Er zijn cliënten die thuis wonen en behandeling krijgen bij Transfore. Voor hen zijn er online modules, cursussen en projectteams.” Een deel van de behandelaren gaat volop mee in die ontwikkelingen, maar bij een groot deel blijft het liggen, aldus Kip, “We onderzoeken wat de aanleiding daarvoor is, zowel vanuit de kant van de behandelaar als de patiënt en de technologie. Wanneer haken mensen af en zijn er aanwijzingen te vinden die daar al eerder op wijzen?”

Wat willen patiënten en behandelaren die in de forensische ggz werken? “Ik zie dat het voor veel cliënten prettig is om ook echt iets te doen in plaats van alleen te praten. De ‘normale’ behandeling is kaal en draait om reflectie en nadenken. Dat past bij sommigen cliënten, maar er is ook een groep wat praktischer ingesteld. Voor hen is iets doen passender.” Er zijn cliënten bij Transfore die niet naar buiten mogen, en die dat met hulp van VR wel zo kunnen ervaren. “Ook kan er met deze technologie een betere overbrugging gemaakt worden tussen altijd binnen zitten en opeens weer naar buiten gaan. Dat verschil is voor cliënten erg groot, en dit kan met VR beter geoefend worden.”

Geen computer
Kip vertelt wat redenen zijn voor mensen om geen gebruik te maken van nieuwe behandelingen. Zo geven behandelaren aan dat patiënten ook niet altijd kunnen meedoen omdat ze geen computer hebben. Andere keren mist de motivatie voor de behandeling. “Die informatie biedt wel mogelijkheden. Soms zijn cliënten ook te druk met randzaken, zijn ze chaotisch of vergeten ze gewoonweg dat er online iets op ze staat te wachten.”

In het onderzoek staat niet de interventie centraal, maar de methodiek. “Behandelaren denken nu vooral, VR is leuk dus dat moeten wij ook hebben. Maar er kan snel een mismatch zijn tussen de mogelijkheden van de technologie en de behoefte van de behandelaar en cliënt.” Daarnaast is het ook lastig gebleken om technologie toe te passen in het protocol, aldus Kip. “In het begin is het een kwestie van behoeftes afstemmen, en aansluiting zoeken bij de visie van de instelling. Zo kan het van toegevoegde waarde zijn.”

Technologie aan omgeving aanpassen
Op dit moment zijn er veel toepassingen die de therapeut zelf ook kan inzetten, kreeg Kip opgemerkt. “Er moet dus meer worden gekeken naar hoe technologie meer aan de omgeving kan worden aangepast. Daar staan we nog niet snel bij stil.” Er zijn veel mogelijkheden, en het kan altijd beter, aldus Kip. “De volgende stap is het personaliseren, het op maat maken. Het betreft een brede groep, dus dat is niet altijd makkelijk. Je kan niet zeggen: jij wordt hier boos van, dus dit gaan we naspelen.”

Er zijn ook valkuilen, benadrukt de onderzoeker. “Als je het niet goed implementeert, dan lukt het niet. Dan is iedereen eventjes enthousiast maar blijkt het daarna toch niet goed te passen en is iedereen gedesillusioneerd.” Dus moet er goed gekeken worden hoe het gebruik van technologie goed in te bedden en te implementeren is. De vraag is dan: hoe geef je behandelaren tools om met de technologie te werken? “Het verandert je rol als behandelaar, je moet het werk anders insteken en er anders mee omgaan.”

Uit de interviews die Kip voor haar onderzoek naar Minddistrict deed, bleek ook dat behandelaren vooral nog worstelen met de vraag: bij wie gebruik ik dit wel en bij wie niet? “Ze vragen zich af wat te doen als iemands motivatie afneemt, of hoe de opdrachten beter besproken kunnen worden. Die informatie kan beter ingezet en verstrekt worden.”

Ehealth in de toekomst
Kip heeft een beeld van hoe ehealth er in de toekomst uit moet zien. “Ik heb zowel de ideale situatie als een realistisch beeld in m’n hoofd. Ik zou graag zien dat je per cliënt kan kijken waar diens behoeftes liggen, wat is er nodig en waar voelt de behandelaar zich comfortabel bij. Er moet een breed scala zijn om uit te kiezen.” Ook moet er regelmatig worden geëvalueerd hoe het gaat. “De behandeling moet vooral ook bij de behandelaar passen, niemand moet gedwongen worden om ehealth in te zetten.”

Ook ziet Kip verschillende typen technologie voor zich. “Heb je bijvoorbeeld een patiënt met problemen met agressieregulatie, dan geef je een horloge en een app om dat te meten. Dan kan je snel zien of het werkt.” Nu wordt er vaak één hulpmiddel ingezet en dat is het, aldus Kip. Idealiter kan een behandelaar kiezen uit opties, van Minddistrict tot een smartwatch, VR of een app. Dat vergt ook een andere manier van evalueren en specifieke vaardigheden. “Iedereen begint aan iets nieuws, dus dat kost tijd, maar kan ook tijdwinst opleveren.”

Kip weet dat niet iedereen de digitale revolutie in de forensische zorg ziet zitten, maar de meesten zijn enthousiast. “Het grootste deel van de cliënten doet het een paar keer en vergeet het vervolgens weer. Maar dat ligt niet alleen aan onwil of het gebrek aan vaardigheden, ze denken er gewoon niet aan.” Het is dus slim om daar als organisatie oog voor te hebben, benadrukt ze. “Iedereen is geholpen als er een beter beeld is van hoe het werkt, wat het precies betekent en wat er van elkaar verwacht wordt.”