Meike Bergwerff

View Original

‘Help eenzame migrantenouderen bij vinden van betekenisvolle contacten’

Er komt steeds meer aandacht voor eenzame Marokkaanse en Turkse ouderen, maar er is nog veel te doen om deze groep te helpen. Dat cultuursensitieve zorg steeds meer op de kaart komt is hoopgevend, vindt Tineke Fokkema, senior onderzoeker bij het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI). 

Om het meteen even goed te zeggen: de algemene risicofactoren van eenzaamheid gelden uiteraard voor iedereen, niet alleen voor migrantenouderen, begint Fokkema het gesprek. De term ‘migrantenouderen’ moet in dit geval dan ook genuanceerd worden. ‘Er zijn zoveel herkomstlanden, tot dusver onderzoeken wij voornamelijk de Marokkaanse en Turkse ouderen, zij zijn een van de grootste groepen en we hebben ook meer gegevens over hen ter beschikking.’ Momenteel zijn er meer dan 960.000 55-plussers met een migratieachtergrond. De grootste groep heeft roots in Suriname en Indonesië, blijkt uit gegevens van het CBS.

De drie algemene risicofactoren van eenzaamheid zijn:
1 Slechtere gezondheid
2 Lagere sociaaleconomische status
3 Minder regie over hun leven (mede door een gebrek aan Nederlandse taalbeheersing zijn ze minder bekwaam om zelf zaken te regelen)

Als we de eenzaamheid van Marokkaanse en Turkse migrantenouderen vergelijken met die van ouderen zonder een migratieachtergrond, dan is het verschil voor de helft te verklaren door die drie factoren, vertelt Fokkema. Maar er blijft ook een deel onverklaard. ‘Dus daar zijn we op in gaan zoomen. Migrantenouderen hebben bijvoorbeeld last van gevoelens van heimwee naar het herkomstland. Dat speelt een rol. Het gevoel van verlies van het land van herkomst, hier niet kunnen vinden wat ze daar wel hebben.’ 

Zichtbaarder geworden
In 2019 werd Fokkema benoemd tot bijzonder hoogleraar ‘Ageing, families and migration’ aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. De laatste jaren ziet ze dat er meer aandacht komt voor migrantenouderen. ‘Ze zijn zichtbaarder geworden voor de praktijkmensen. Ze worden ouder en de zorg die hun kinderen willen geven is niet altijd toereikend meer. Zo komen ze in het vizier van de zorg.’

Ook zijn er verschillende interventies in het leven geroepen, zoals Sociaal vitaal in kleur en Stichting Gouden mannen. ‘We kunnen nu alleen nog niets zeggen over de effecten van dit soort interventies’, zegt Fokkema.

Er is daarnaast meer kennis over hoe deze groep benaderd moet worden. Dat lukt niet met één huisbezoek of een sociale kaart. ‘Je moet echt pro-actief zijn, vaker proberen contact te leggen, langskomen. Het gaat om langzaam het vertrouwen winnen. Uiteindelijk zien we dan dat ze heel blij zijn om een groep mensen met dezelfde herkomst te vinden, waarmee ze kunnen praten over herkenbare onderwerpen.’

Gebrek aan betekenisvolle activiteiten
Bij de Marokkaanse en Turkse mannen speelt er, vaker dan bij vrouwen, een terugkeerwens, vertelt Fokkema. ‘Ze voelen zich in hun thuisland meer gerespecteerd en hebben meer mogelijkheden om deel te nemen aan het sociale leven. Ze ontmoeten elkaar ergens om thee te drinken, dat soort ontmoetingsplekken heb je hier minder.’ Ook ontbreekt het deze groep aan betekenisvolle activiteiten. ‘Ze vervelen zich. In interviews zeggen ze dan: we zijn altijd bezig geweest met de toekomst van onze kinderen en zij hebben nu hun eigen leven. Wat nu?’ 

Aan de andere kant blijkt uit kwalitatief veldonderzoek van Fokkema’s collega Jolien Klok dat de ouderen eigenlijk met één been in elk land staan. ‘Mijn collega heeft een groep Turkse ouderen, die regelmatig tussen de twee landen pendelen, geïnterviewd in Turkije, omdat het narratief dan anders is. En zij zeggen eigenlijk allemaal dat ze niet definitief willen terugkeren, mede omdat ze in Nederland ook privileges hebben zoals goede gezondheidszorg. En de kinderen en kleinkinderen zijn hier.’ Fokkema gaat deze zomer eenzelfde onderzoek doen in Marokko, om de bevindingen te kunnen vergelijken. ‘Ik wil ook graag de echtparen apart spreken, om de verschillen te horen.’ 

Betekenisvolle contacten
Momenteel kijkt Fokkema met haar collega’s ook al naar de verschillen tussen mannen en vrouwen. ‘Interessant is bijvoorbeeld dat we zien dat Marokkaanse en Turkse mannen die frequent naar de moskee gaan eenzamer zijn dan mannen die minder frequent gaan. Dus dan vraag je je af, gaan ze naar de moskee omdat ze eenzaam zijn? Of biedt de moskee hen niet wat ze nodig hebben om dit gevoel aan te pakken?’ 

Fokkema benadrukt dat samenkomen niet per se de oplossing is. ‘Het gaat om het maken van betekenisvolle contacten. Dat gebeurt mogelijk dus niet in de moskee. Mensen denken vaak, deze ouderen krijgen toch regelmatig bezoek van de familie en gaan naar de moskee, aan contacten geen gebrek? Maar het gaat om dat betekenisvolle aspect.’ Plus, de kinderen en kleinkinderen praten vaak Nederlands als ze op bezoek zijn, of zitten op hun telefoon. ‘De ouderen verlangen naar bepaalde contacten en aandacht die ze wellicht niet krijgen binnen hun huidige relaties.’

Beter luisteren naar wensen
Vorig jaar is de Leidraad Cultuurspecifieke Zorg gepresenteerd door NOOM, in opdracht van het Ministerie van VWS. ‘Het is van belang dat dit soort informatie beschikbaar is. Maar aan de andere kant heeft niet elke migrantenoudere dezelfde behoeftes. Als we wat beter zouden luisteren naar hun wensen en behoeften, en hen ook kenbaar maken waar de grenzen liggen van wat mogelijk is, dan is er veel te organiseren.’

Volgens Fokkema is het idee, ook bij familieleden van de migrantenouderen, nog steeds dat de kinderen alle zorgtaken vervullen of dat de professionals alles overnemen. ‘Maar er is zo veel mogelijk, ook als een oudere in een woonzorgcentra of verpleeghuis woont, kan er een actieve rol zijn voor de kinderen. Dat het een samenspel is tussen de hulpverleners, kinderen en ouderen, dat is niet altijd duidelijk.’ Als er terughoudendheid is tegenover een mogelijke verhuizing naar een instelling of centra, dan helpt het ook om kinderen en ouders eens mee te nemen naar zo’n locatie. ‘Bezoek een cultuurspecifiek verpleeghuis samen met hen, om wat koudwatervrees weg te nemen.’

In gesprek blijven
Uiteindelijk moeten kinderen en ouderen ook zelf in gesprek over wie wat verwacht, benadrukt Fokkema. ‘Soms wordt dit niet besproken en vullen zij zelf in hoe de ander mogelijk over iets denkt. Praat met elkaar en probeer samen te kijken wat jullie voor ogen hebben.’  

Om de cultuursensitieve zorg nog passender te maken, vindt Fokkema het van belang om hier ook aandacht aan te besteden binnen de scholing van toekomstig zorgpersoneel. Hoe vroeger, hoe beter. ‘Maar ik ben echt optimistisch over de stappen die er gemaakt worden en hoe het onderwerp wordt opgepakt in het werkveld.’

Tineke Fokkema is senior onderzoeker bij het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) en bijzonder hoogleraar ‘Ageing, families and migration’ aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Daarnaast is zij lid van de wetenschappelijke adviescommissie ‘Een tegen eenzaamheid’ van het ministerie van VWS. Haar onderzoek richt zich vooral op het sociaal welbevinden van oudere migranten. In haar lezing gaat zij in op de belangrijkste oorzaken van eenzaamheid bij deze groep en de aanpak ervan.